Veldverkenning bij de boerderij “Het Slijkhuis” te Teuge (gemeente Voorst)

Op zaterdag 7 maart 2009 heeft onze AWN-afdeling 18 een veldverkenning uitgevoerd op een akker ten westen van de huidige boerderij Het Slijkhuis, gelegen aan de Rijksstraatweg 162 te Teuge (gemeente Voorst) in Gelderland. Coördinaten x: 201.18  y: 472.70.
De aanleiding hiervoor waren de in maart 2007 opgeraapte middeleeuwse scherven door ondergetekende. Tijdens de opgraving dat jaar op het vliegveld Teuge door onze afdeling, maakte de eigenaar van de boerderij (dhr. P.W.W.Witteveen) melding van het feit dat telkens na het ploegen van de betreffende akker veelvuldig aardewerkscherven te voorschijn kwamen.
De boerderij Het Slijkhuis ligt enige honderden meters ten noorden van de Rijksstraatweg van Apeldoorn naar Deventer, even ten oosten van het plaatsje Teuge.
De onderzochte akker (afm. ca. 100x100 m) wordt aan de westkant begrensd door een slingerende (natuurlijke?) watergang en aan de oostkant door de boerderij, die op de rand van een lichte verhoging in het landschap ligt. Op onderstaande topografische kaart (1986-1991) is de akker rood omcirkeld.
s002 

 

 

Topografische kaart 1986-1991. Rood omcirkeld het vondstrijke gebied.

 

 

 

 

 

 

 

s004

 

In maart 2009 is op een fraaie zaterdagmiddag met 10 leden van de AWN-afdeling 18, waarvan een flink deel van de werkgroep Apeldoorn (AWA), een veldverkenning uitgevoerd, waarbij gebruik is gemaakt van enkele metaaldetectoren. Metaalvondsten deden zich nauwelijks voor, maar aardewerkvondsten des te meer.

 

 

De vondsten zijn gewassen en gesorteerd in onze werkruimte. In eerste instantie is een scheiding gemaakt tussen aardewerk en overige vondsten. Het aardewerk is gesorteerd naar bakseltype, waarbij de rand-, bodem- en wandscherven apart geteld zijn.Totaal betreft het 618 scherven met een totaalgewicht van bijna 5 kg.  Na een eerste opzet is een groot deel van de scherven bekeken door Emile Mittendorff van Archeologie Deventer, die een zeer grote kennis heeft van middeleeuws aardewerk. Van zijn inbreng hebben wij veel geleerd en hebben we ook de datering scherper kunnen stellen.

 Beschrijving van het gevonden aardewerk
Twee Badorfscherven en he bodemfragment uit Mayen, waarvan de magering aan binnenkant zichtbaar is, kunnen beschouwd worden als de oudst te dateren scherven. (vóór 1000). Er is tamelijk veel Pingsdorfaardewerk (900-1200)gevonden (ca. 9% van het totaal), waarvan enkele scherven met de typische roodbruine verfstrepen. Eén randscherf is te dateren uit de 10eeeuw.
s007                       

 

Pingsdorf met versiering.
Kogelpotaardewerk uit Paffrath met het
typische bladerdeeg breukvlak.

 

 

 

 

s009

Het meest voorkomende aardewerk is het zogenaamde kogelpotaardewerk (bijna 20% van het
geheel). De kleur varieert van zwartgrijs tot roodbruin-oranje. De magering is meestal kwartsgruis. Er is geen schelpgruismagering aangetroffen. Er is een twintigtal randscherven gevonden. De randvormen zijn veelal lang, wat ook wijst op een latere datering dan het jaar 1000. Ook de oranje kleur van sommige scherven is een indicatie voor deze periode.;
Er zijn behoorlijk veel kogelpotscherven van het typische Paffrath-aardewerk (900-1300) met het schilferige grijs-witte breukvlak opgeraapt (bijna 6%).
Grijsbakkend aardewerk (ook wel blauwgrijs genoemd) is in ongeveer dezelfde hoeveelheid gevonden als Paffrath. Dit aardewerk is aanmerkelijk later gedateerd (1200-1600) en heeft een veel grotere vormenrijkdom.
Het steengoed is met 26% van het aantal scherven goed vertegenwoordigd. We hebben een onderverdeling gemaakt in niet-gekleurd, gevlamd en geglazuurd steengoed.
Het vroegere ongekleurde (1280-1400) en gevlamde (1400-1500) steengoed uit Siegburg komt relatief veel voor. Bijna de helft van het totaal van de steengoedscherven bestaat hieruit.


s011

 

“Jacobakan” uit vitrine.
Siegburgscherven. Rand van “Jacobakan” en bodemscherven met geknepen voetring.

 

 

 

Het geglazuurde steengoed is afkomstig uit vele plaatsen uit het Rijngebied (o.a. Langewehe, Frechen en Raeren).
Ook zijn uit de periode voorafgaand van het steengoedaardewerk enkele scherven bijna-steengoed gevonden. Uit vrijwel dezelfde tijd (voor 1300) komt het proto-steengoed (2.4%).
De groep rood aardewerk is met 30% van het totaal aantal scherven flink vertegenwoordigd.
Het rode aardewerk is vanaf 1300 tot bijna het heden gefabriceerd. Het is dan ook vrijwel niet te gebruiken voor een nadere datering. De gevonden platte steel van een steelpan is uit 14e of 15e eeuw, maar de vele vaak tot kleine stukjes verploegde scherven, met of zonder slibversiering, rood- en groenglazuur zijn niet in een bepaalde (korte) tijdsperiode te vangen.
Recent aardewerk is nauwelijks gevonden.

Conclusie
Op basis van het gevonden aardewerk zou geconcludeerd kunnen worden dat op de akker ten westen van de huidige boerderij “Het Slijkhuis” een verploegde huisplaats ligt met een bewoningsperiode van ca. 1000 tot 1700. Een datering vóór 1000 lijkt onwaarschijnlijk door het ontbreken van kogelpotaardewerk met schelpgruismagering en korte randvormen, en het niet tot nauwelijks voorkomen van Badorfaardewerk.
Na ca. 1700 lijkt het terrein niet meer bewoond te zijn, want aardewerk uit latere perioden komt weinig voor en er is geen pijpaardewerk aangetroffen.

Verslag: Huib de Kruijf
AWN afd. 18
Samenvatting van projectverslag : VORW07.01 dd. 01-10-2009