AWR is de archeologische werkgroep Raalte.
De AWR is een werkgroep van AWN 18
Wim Winterman (veldwerkleider)
e-mail wimwinterman@wanadoo.nl

AWR is de archeologische werkgroep Raalte.
De AWR is een werkgroep van AWN 18
Wim Winterman (veldwerkleider)
e-mail wimwinterman@wanadoo.nl
Westenenk: hopteelt belangrijk in Raalte
Door Wim Winterman en Giny Kogelman
Bij het bouwrijp maken van het plan Westenenk in de Sallandse Poort-Oost in maart 2010, aan de Burg. Zuidwijklaan in Raalte (uitgevoerd door Timmerhuis Weg- en waterbouw), zijn weer verschillende sporen van bewoning gevonden. De werkroep Raalte van AWN 18 is bij het uitgraven van de cunetten aanwezig geweest en heeft deze onderzocht.
Bij het ontgraven bleken veel diepe sloten en greppels in het gebied aanwezig te zijn. Dat duidt er op dat het vroeger een zeer nat gebied was dat alleen bruikbaar was als hooiland.
In het lage westelijke deel zijn verschillende vier- en zespalige spiekers gevonden, waarschijnlijk voor de opslag van hooi. Ook waren er sporen aanwezig van vroegere veeschuren en schuurtjes, waarschijnlijk uit de late middeleeuwen.
Aan de oostkant in het hogere gebied is een ijzertijdhuis blootgelegd waarbij niet alle sporen zijn gevonden, omdat er later een sloot doorheen is gegraven.
Belangrijk is een groot aantal paalsporen
(50 stuks) met een doorsnede van 70 cm, keurig op een rij. In dit gebied zijn bij eerdere opgravingen meer dan 150 palen gevonden op een oppervlakte van meer dan een halve hectare. Aangenomen mag worden dat het hier om hopteelt gaat. Hop was een belangrijk ingrediënt voor het maken van bier omdat dit de bacteriën doodde en het bier langer houdbaar maakte. Bier werd in de middeleeuwen veel gedronken omdat het zuiver en veel schoner was dan drinkwater.
Bij eerder botanisch onderzoek naar zaden en stuifmeelkorrels uit de paalsporen is niets gevonden wat op hop leek. Hop is een slingerplant met vrouwelijke en mannelijke planten. De mannelijke planten werden uitgeroeid om de vrouwelijke planten niet te bevruchten, want de zaden in hopvruchten hadden een zeer nadelige invloed op de bewerking van bier. Alleen de onbevruchte hopbellen werden dus gebruikt.
Het is bekend dat in de late middeleeuwen in Raalte een brouwerij aanwezig was en menigeen maakte zelf ook bier.
Vast staat dat hier al in de ijzertijd bewoning was.
Bouwrijp maken plangebied Heeten-Veldegge
Door Wim Winterman en Giny Kogelman
Na de vooronderzoeken eind maart 2009 op de Veldegge, aan de oostkant van Heeten, is de helft van het terrein in 2010 vrijgegeven vanwege geringe archeologische waarde. De andere helft zal te zijner tijd worden opgegraven vanwege een zeer groot aantal sporen.
Zoals verwacht zijn door de werkgroep Raalte geen sporen van huiselijke bewoning gevonden. Ook sporen van spiekers en veeschuren waren afwezig. Zoals gebruikelijk zijn wel sporen van alleenstaande weidepalen aangetroffen. Over de gehele oppervlakte zijn 12 scherfjes geraapt (verspreide vlakvondsten): 2 kogelpot, 2 Pingsdorf, 1 blauwgrijs, 3 roodbakkend en 4 ijzertijd.
Het terrein is met een metaaldetector onderzocht, waarbij een muntje uit 1942 is opgepiept.
Middenin het terrein is een ronde waterput blootgelegd met een doorsnede van 4 m en een diepte van 4,5 m, met onderin een bekisting van 1,5 m doorsnede. De bekisting bestond uit grove elzenhouten aangepunte planken en aangepunte berkenstammetjes.
Onder in de put is een kogelpotscherf gevonden.
Er is een ovale mesolitische haardkuil blootgelegd van 35 cm breed en 20 cm diep waarin houtskool is aangetroffen.
In totaal zijn 5 waterpoelen gevonden met een doorsnede van ongeveer 4 m en een diepte van
2 à 2,5 m. Een aantal slootjes liep kriskras door het terrein; waarschijnlijk waren de poeltjes met elkaar verbonden. Onderin de poeltjes lag een laagje veen van ongeveer 15 cm, wat er op duidt dat het een nat terrein is geweest.
Aan de noordkant van het terrein zijn grote stukken van een houtwal waargenomen.
Op het terrein was een ijzertijd bewoning aanwezig die niet is opgegraven.
Landweren?
In totaal zijn vier stukken van landweren of beschermingen aangetroffen.
Langs het hoofdpad lagen 23 vierkante zwarte sporen van 70x70 cm tot 90x90 cm met een gemiddelde diepte van 15 cm vanaf het uitgegraven loopvlak. De onderkant was vlak.
In die sporen is geen hout of steen gevonden. De sporen lagen op één lijn over een afstand van
125 m. Langs de sporen lag over de gehele lengte op een afstand van twee meter een greppel van
2 m. breed en 50 cm diep. Langs de andere kant liep een weg.

Er zijn drie andere mogelijke landweren blootgelegd, waarbij er twee een dubbel spoor hadden en één een enkel spoor. Bij één landweer waren 13 sporen zichtbaar, bij de andere twee acht. Alle sporen waren 50x50 cm met een onderlinge afstand van 50 cm en een diepte van gemiddeld 15 cm, waarbij de dubbelsporen in verband lagen. Alle sporen waren gemêleerd.
Boekpresentatie
Op 6 mei is het boek Mens en land in het hart van Salland. Bewonings- en landschapsgeschiedenis van het kerspel Raalte (Uitgeverij Matrijs, Utrecht) gepresenteerd. Schrijvers zijn Theo Spek, Henk van der Velde, Herman Hannink en Bert Terlouw. Tot nu toe werd altijd aangenomen dat de streek rond Raalte tot ver in de middeleeuwen een onbewoond gebied was vol bossen, moerassen en heidevelden. De laatste jaren is er echter onderzoek verricht waaruit blijkt dat het hart van Salland vanouds juist dicht bevolkt was en een onverwacht rijke wordingsgeschiedenis kent. Zo blijkt dit deel van Salland bijzondere vondsten van Neanderthalers te bevatten. Ook is de streek rond Raalte in de Romeinse tijd een belangrijk ijzerproductiecentrum geweest. In het boek wordt een gedetailleerd beeld geschetst van de opbouw van het landschap en van de middeleeuwse boerderijen en hun bewoners. Opvallend is dat meer dan 90% van alle boerderijen in de middeleeuwen tot het grondbezit behoorde van bisschoppen, kloosters, edellieden en rijke burgers uit de stad.
Een hamerbijl uit Raalte
Door Bert Terlouw
Een inwoner van Luttenberg vond in 2008 na het ploegen van een akker pal voor zijn huis een opvallende steen met een gat die hij mee naar huis heeft genomen.
Hij besteedde er verder geen aandacht aan en de steen verdween in opslag in zijn schuur.
Enige tijd geleden sprak ik de vinder en de steenvondst kwam toevallig ter sprake. Gezien de beschrijving meende ik dat hij een hamerbijl gevonden kon hebben. De vinder dook de steen weer op uit een doosje in de schuur en het bleek inderdaad een complete hamerbijl te zijn.
De kenmerken van de hamerbijl zijn ter plekke genoteerd: lengte 13,5 cm, breedte 4 cm, dikte eveneens 4 cm. Het gat is 2 cm in diameter en is op de lengteas van het voorwerp aangebracht.
De bruingrijze bijl is vervaardigd uit natuursteen, vermoedelijk diabaas en weegt 448 gram. Het vertoonde duidelijk oude slijtagesporen aan één zijde en kent verder kleine oude beschadigingen aan de snede en butssporen op de achterzijde van de bijl. Recente beschadigingen heb ik niet gezien.
Binnen de gemeente Raalte zijn enkele bijlvondsten gedaan (flint Rechteckbeilen en een fels Ovalbeil), maar nog niet eerder is een complete hamerbijl aangetroffen.

De akker waarin de hamerbijl is gevonden lag van oorsprong een flink stuk hoger dan vandaag de dag. De grond grenst aan voormalig veengebied. De hoge zandrug is enkele jaren geleden voor een deel geëgaliseerd; momenteel is dat deel grasland. Zichtverkenningen zijn daarom vooralsnog niet mogelijk. Volgens de boer vond hij in die akker grote stukken natuursteen. Natuursteen hoort normaal gesproken niet thuis in dekzand. Alle aanwezige stenen moeten dus in een of andere tijd daar terecht zijn gekomen. Achter zijn huis op ongeveer tweehonderd meter afstand maakte hij als kind vroeger grondhutten in een bosje en daar vonden hij en zijn vrienden vaak grote stukken natuursteen met een diameter van 10 à 20 cm. Gezien de omschrijving zou het hier grote stukken vuursteen (knollen?) of kwartsiet kunnen gaan.
In de buurt is in de jaren ’90 een Geröllkeuler gevonden. Opgravingen van een laat paleolithische woonplek bij Bloemenbosch te Luttenberg hebben destijds enkele neolithische vondsten opgeleverd, o.a. 6 fragmenten aardewerk, waarvan twee met groeflijntjes, een slijpsteen/ wetsteen en een fragment van een flint Rechteckbeil. Naderhand is door een inwoonster van Luttenberg een fragment van een stenen bijl gevonden in een zandpad ter hoogte van Bloemenbosch. Gezien de omschrijving zou het om een halve strijdhamer kunnen gaan (de achterkant). Die vondst is door de vindster meegegeven aan een bekende amateurarcheoloog uit Almelo (wie?). Of dat fragment ooit aangemeld is geweest is niet duidelijk.
Hamerbijlen zijn doorboorde stenen hamers, ook wel strijdhamers genoemd.
Hamerbijlen onderscheiden zich van stenen bijlen door een doorboring die loodrecht op de lengteas van het voorwerp is aangebracht. Deze meestal rechte doorboring is gemaakt met een massieve of holle boor en diende ertoe om het voorwerp aan een steel te kunnen bevestigen. Soms is de doorboring zandlopervormig en gemaakt door middel van kloppen met een hard voorwerp, ook wel pecking genoemd. De snede ligt evenwijdig aan de doorboring en is meer of minder scherp. De achterkant bestaat meestal uit een stomp, afgeplat hamervormig eind. Hamerbijlen zijn gemaakt van de meest harde en taaie steensoorten zoals gabbro, dioriet en diabaas. Hoewel strijdhamers meestal worden geassocieerd met de Enkelgrafcultuur komen ze ook al tijdens de Trechterbekercultuur (knophamerbijlen) en eerder voor. Het gebruik van hamerbijlen gaat door tot in de IJzertijd. Veel van de late hamerbijlen behoren tot het type Muntendam. Over het gebruik van hamerbijlen is niet veel bekend. Zeker tijdens de Enkelgrafcultuur vinden we ze vaak in graven; daar vormen ze typisch mannelijke bijgaven.